Heemstede, Leyweg: Leyduin

Oorspronkelijke functie Park- en tuinaanleg
Huidige functie Park- en tuinaanleg
Bouwjaar en aanleg Vanaf 1596
Architect Onbekend, L.A. Springer (wijzigingen na 1920)
Status Rijksmonument (deel van complex 511106)

Het complex van de historische buitenplaats Leyduin ligt grotendeels in de gemeente Bloemendaal. Een deel van de historische tuin- en parkaanleg ligt echter in de gemeente Heemstede. Het complex bestaat uit een hoofdhuis, park- en tuinaanleg, belvedère, ijskelder, tuinmuur met twee schuren, inrijhek, vijf grenspalen, waterwerken, zomerhuis, dienstwoning, koetshuis en stal.

Het complex is gelegen tussen de eerste Leyweg in het noorden en de tweede Leyweg in het zuiden. Aan de westzijde begrenst de Vogelenzangseweg het complex, aan de oostzijde de spoorlijn. De buitenplaats vormt een deel van een groter geheel van (voormalige) buitenplaatsen, waartoe ook Koekoeksduin, Vinkenduin en Woestduin behoren.

De oudste vermelding van Leyduin, dan nog als ‘hofstede’, dateert uit 1596. Van de eerste eeuwen van het bestaan van de hofstede en later de ‘herehuisinge’ zijn wel de opeenvolgende eigenaren bekend, maar afbeeldingen of kaarten zijn er nauwelijks. Het goed groeide in die tijd door vernieuwing, uitbreiding en verfraaiing uit tot een buitenplaats. Behalve herkenbare onderdelen in de aanleg, zoals de cascade en enkele lanen, resteren ook het gepleisterde dienstgebouw achter het koetshuis uit 1874 en het houten zomerhuis uit 1796. De grenspalen met de naam van Johan van Romswinkel dateren uit 1701.

In 1798 werd J.S. van Naamen eigenaar, die enkele jaren na de aankoop een deel van de gebouwen liet slopen, waaronder het hoofdhuis. Vanaf 1808 kwam het goed door aankoop en vererving eerst gedeeltelijk en later weer geheel in handen van de familie Van Lennep. Vooral het houten zomerhuis lijkt te zijn bewoond. In 1855 werd Hendrik Samuel van Lennep de nieuwe eigenaar en hij liet vermoedelijk niet lang hierna een nieuw hoofdhuis bouwen naast de cascade. Bij dit huis werd in 1874 een koetshuis gebouwd.

De Van Lenneps, met name David van Lennep, zouden een belangrijke rol gaan spelen bij de ontwikkeling van de duinwaterwinning, waartoe zij ook delen van de buitenplaats beschikbaar stelden. Zo diende de beek met de cascade als transportweg voor het drinkwater dat werd verzameld in de Oranjekom. Via de beek kwam het water terecht bij een pompstation aan de Leidsevaart (een provinciaal monument).

In 1920 werd C.J. van Tienhoven de nieuwe eigenaar van Leyduin. Hij liet de oranjerie overplaatsen naar zijn andere bezit Klein Bentveld. Het omvangrijke grondgebied van Leyduin werd gesplitst en in drie delen verkocht: het huidige Leyduin in het midden en Vinkenduin ten zuiden en Koekoeksduin ten noorden daarvan. De nieuwe eigenaar van het verkleinde Leyduin, Piet Dorhout Mees, liet door architect A. de Maaker het huidige huis ontwerpen op een natuurlijke hoogte in het zuidelijke deel van de aanleg. Daarna werd het oude huis bij de cascade afgebroken. L.A. Springer werd gevraagd een ontwerp voor de aanleg te leveren. Hiervan resteert betrekkelijk weinig. Het hoofdhuis van Leyduin doet sinds de Tweede Wereldoorlog niet langer dienst als woonhuis. Thans is het in gebruik als opleidingsinstituut.


Beschrijving tuin- en parkaanleg

De historische park en tuinaanleg van het complex vertoont niet ��n samenhangend ontwerp. Het feit dat er door de eeuwen heen zeker vier, op verschillende plaatsen gelegen hoofdhuizen in gebruik zijn geweest, heeft het ontstaan van een volledig ontwikkelde, samenhangende aanleg onmogelijk gemaakt. Dit betekent dat zich verspreid op Leyduin uit verschillende perioden stammende onderdelen bevinden. In de eerste plaats is, zoals bij meer buitenplaatsen langs de duinrand het geval is, gebruik gemaakt van het natuurlijke landschap. Zo is er het geaccidenteerde duinlandschap aan de noordwestzijde van de aanleg..

Naast deze heuvelachtige aanleg is er de vrij abrupte overgang naar open weidelandschap aan de zuidoostzijde. Hierdoor ontstonden belangrijke zichtassen, onder andere ten behoeve van de belved�re en het hoofdhuis. Ook de moestuinen vonden hier een plek.

De beide landschappen worden van oudsher met elkaar verbonden door de beek die over het terrein stroomt. Deze natuurlijke duinrel is waarschijnlijk al vrij vroeg gecultiveerd tot nut en verfraaiing van de buitenplaats, met onder meer een cascade. Hiervan zijn de restanten ter hoogte van de dienstwoning en het koetshuis nog goed zichtbaar.

Van een meer gedetailleerde sieraanleg bij de (voormalige) hoofdhuizen is tegenwoordig weinig terug te vinden.

Rijksmonument

De historische park- en tuinaanleg van Leyduin is van grote tuinhistorische waarde, die vooral gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van (zeldzame) elementen uit verschillende perioden, zoals een belved�re en een cascade. Ook is Leyduin van belang vanwege de ermee verbonden historie van de waterwinning in dit gebied en de zichtbare sporen hiervan. Tot slot is Leyduin van belang als onderdeel reeks landgoederen ter plaatse en in de binnenduinrand van Zuid-Kennemerland.

Naar boven