Heemstede, Herenweg bij 131-133: Berkenrode (park- en tuinaanleg,losse objecten)

Oorspronkelijke functie Losse elementen park- en tuinaanleg
Huidige functie Losse elementen park- en tuinaanleg
Bouwjaar 18de tot 20ste eeuw
Architect Onbekend
Status Rijksmonument 526317-526322 en 526324

Voor de inleidende beschrijving van Berkenrode, zie Herenweg bij 131-133: Berkenrode (park- en tuinaanleg).

Voormalig koetshuis (ca. 1850, rijksmonument 526321)

Op de kaart van de parkaanleg van 1847 staat ter plekke van het voormalige koetshuis al een gebouw aangegeven. Dit gebouw lijkt zich te bevinden op de plek van de zuidelijke bijgebouwen op het voorplein van het vroegere kasteel. Wellicht herbergt het voormalige koetshuis nog restanten hiervan. Overigens is het gebouw ten behoeve van de huidige bestemming als woonhuis in de 20ste eeuw zeer ingrijpend gewijzigd. Het exterieur vertoont vooral aan de oostzijde en noordzijde nog kenmerken van het oorspronkelijke gebouw. Deze duiden, gezien de getoogde vensters en geblokte hoeklisenen, op een datering rond 1850, hoewel een steen in de zijgevel van de stal als bouwjaar 1903 aangeeft. Mogelijk betreft dit een verbouwing of uitbreiding. Het geheel gepleisterde gebouw is één bouwlaag hoog en heeft een samengesteld, met pannen gedekt zadeldak.

Het voormalige koetshuis is van belang vanwege zijn (oorspronkelijke) functionele betekenis voor de buitenplaats, vanwege zijn situering ter plaatse van de voormalige achttiende-eeuwse bouwhuizen en de mogelijke restanten hiervan.

Beeldengroep (18de eeuw, 526319)

Aan de zuidzijde van het koetshuis bevindt zich thans een gazon. Aan het einde hiervan zijn, dus op een niet oorspronkelijke plaats, drie beelden in een groep opgesteld. Het middelste marmeren beeld toont Leda met zwaan en is vermoedelijk laat 18de-eeuws; het staat op een oudere Lodewijk XV-sokkel van zandsteen. Dit beeld wordt geflankeerd door twee marmeren allegorische (jacht)kindergroepen, gedateerd 1728 en 1729, gesigneerd Ml (Michel) Sheen, op zandstenen sokkels in Lodewijk XIV-stijl.

De beeldengroep is van belang vanwege haar kunsthistorische betekenis, stilistisch kenmerkend voor de tijd van ontstaan, vanwege de plaats van beide kindergroepen in het oeuvre van M. Sheen en vanwege de decoratieve betekenis voor de buitenplaats.

Voormalige tuinderswoning (19de eeuw, 526324)

De voormalige tuinderswoning van Berkenrode ligt even ten zuiden van het voormalige koetshuis. De woning is een gepleisterd gebouw van één bouwlaag, dat van oorsprong dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw en tegen het eind van die eeuw is verbouwd en van een mansarde kap voorzien. Het dak is met pannen gedekt en steekt over de beide topgevels uit. De toegang tot het huis bevindt zich in de lange oostgevel, waarin tevens enkele vensters met luiken zijn aangebracht. De zuidelijke topgevel is bij het aanbrengen van het mansardedak van decoratief houtwerk en twee vensters in de geveltop voorzien. Op de begane grond bevinden zich nog de twee oudere vensters met ramen met een middenstijl en luiken. Het gebouw is schilderachtig gelegen aan een brede watergang en kijkt uit over de weilanden.

De tuinderswoning is van belang vanwege zijn functionele betekenis voor de buitenplaats, als voorbeeld van eenvoudige doch harmonische architectuur en vanwege zijn schilderachtige ligging binnen de aanleg.

Moestuin, tuinmuur en kas (18de en 19de eeuw, 526318)

Dit complex ligt ten zuiden van de oprijlaan. De tuin wordt nagenoeg geheel door waterlopen omgeven en heeft een 18de-eeuwse tuinmuur langs de westzijde en een deel van de noordzijde. In zijn vorm, een rechthoek, en ligging gaat deze plek terug op de 18de-eeuwse aanleg. De westelijke tuinmuur helt naar achteren, naar het westen. Ook de pijlers van de toegangspoort hellen over. Aan de achterzijde wordt de muur geleed door steunberen. Het muurwerk is deels vervallen. De noordelijke muur staat recht en is hoger, maar loopt in oostelijke richting, na een knik, lager af. Voor dit lagere deel staat een kleine gemetselde kas, van latere datum, met een glazen lessenaarsdak.

Het ensemble is van tuinhistorische betekenis vanwege zijn plaats in de aanleg en herinnert aan de 18de-eeuwse formele opzet, en heeft functionele betekenis voor de buitenplaats.

Boogbrug (18de tot 20ste eeuw, 526317)

De boogbrug op Berkenrode is herkenbaar op de ongedateerde vogelvluchtkaart van de aanleg die na 1691 is ontstaan. De gemetselde brug is van oorsprong vroeg 18de-eeuws en ligt over het voormalige grand canal. De oorspronkelijke rechte 18de-eeuwse toegangslaan is bij de aanleg van de landschappelijke inrichting verlegd tot de huidige gekromde laan, die echter wel op de oorspronkelijke brug aansluit. Het metselwerk is in de 20ste eeuw vernieuwd. Aan beide zijden van de brug zijn later in de 20ste eeuw korte pijlers gemetseld. Het westelijke paar heeft Lodewijk XIV-dekplaten, waarop siervazen uit de tweede helft van de 19de eeuw zijn geplaatst. De vazen staan op een voet en hebben op de rand een versiering van satermaskers en appels. Het oostelijke paar heeft een beëindiging in Lodewijk XIV-trant met een pijnappel als bekroning. Het gietijzeren balusterhek dat de pijlers verbindt is 18de-eeuws.

De boogbrug is van belang als overblijfsel van de 18de-eeuwse formele aanleg en vanwege zijn functionele en decoratieve betekenis voor de buitenplaats.

Badhuisje (ca. 1800, 526322)

Het badhuisje staat even ten noorden van de oprijlaan en is tegenwoordig in gebruik als stal. Bij de het uitvoeren van de landschappelijke aanleg, na 1797, werd ter plaatse van de huidige vijver een ovale zwemkom gegraven. Het badhuisje deed bij dit zwemwater dienst als kleedruimte. Het is een eenvoudig witgepleisterd gebouwtje met een lessenaarsdak. De zijde aan de kant van het water wordt geleed door lisenen, waarboven oorspronkelijk 18de-eeuwse borstbeelden van vrouwenfiguren stonden. Deze zijn verdwenen. De vijver vertoont globaal nog de ovale vorm. Tijdens baggerwerkzaamheden in het voorjaar van 1991 zijn gemetselde resten van het zwembad teruggevonden.

Het badhuisje is van architectuurhistorische betekenis als zeldzaam voorbeeld van dit gebouwtype en is tuinhistorisch van belang door zijn plaats in de aanleg in relatie tot de vijver (zwemkom) en de zichtas vanuit het hoofdhuis.

Paardengraf (1858, 526320)

Ten westen van de weilanden loopt een rechte beukenlaan waarlangs aan de oostzijde ongeveer halverwege een grafteken voor een paard (1858) staat opgesteld. Dit bestaat uit een houten bord in een hardstenen aedicula-omslijsting. Op beide zijden van het bord staat een kreupelrijm.

Het paardengraf is van belang vanwege zijn decoratieve betekenis voor de buitenplaats.

Naar boven