Heemstede. Herenweg bij 63: Ipenrode (parkaanleg)

Oorspronkelijke functie Parkaanleg bij buitenplaats
Huidige functie Park (particulier)
Bouwjaar 17de t/m 19de eeuw
Architect Onbekend
Status Rijksmonument 345566

Ipenrode, gelegen aan de Herenweg, is een historische buitenplaats in een verlandschappelijkte aanleg en behoort tot de groep van Kennemer buitens van bescheiden omvang. Het terrein van deze buitenplaats en de gronden van de naastgelegen buitenplaatsen Hartekamp en Boekenrode waren aan het einde van de middeleeuwen bezit van de adellijke (Haarlemse) familie Van Berkenrode. In het westen vormt de Leidsevaart de grens, in het oosten de Herenweg en in het zuiden en noorden liggen nieuwbouwwijken.

De hofstede Ipenrode, oorspronkelijk Voorkoekoek geheten, is vermoedelijk ontstaan uit de boerderijen Voorkoekoek en Achterkoekoek. De eerste bij naam bekende eigenaar van de hofstede, kort voor 1606, heette Cornelis Franse. Latere eigenaars waren Lombardische geldschieters die in Haarlem werkzaam waren en tot 1641 de Haarlemse bierbrouwer Cornelis van der Wiele(n). Door de aanleg van de Leidsevaart werden Voor- en Achterkoekoek van elkaar gescheiden. In 1716 kocht de Haarlemse magistraat Abraham van Guldewagen Voorkoekoek aan voor een bedrag van 20.900 gulden. Het huidige herenhuis werd in 1733 in opdracht van de toenmalige eigenaar François Aernout Druyvestein voltooid. Hij woonde in Haarlem en gebruikte Ipenrode als buitenplaats. Latere bezitters waren Amsterdamse en Haagse magistraten en kooplieden uit de geslachten Sautijn, Geelvinck, Dedel en Van de Poll.

Rond 1760 begon de aanleg van een park in landschapsstijl. Uit die tijd is de tuinmanswoning bewaard gebleven. Eind 19de, begin 20ste eeuw was Ipenrode in bezit van Kennemer adel. Eerst was Hendrik van Wickevoort Crommelin van 1874 tot 1891 eigenaar, gevolgd door Hendrik Jan Deutz van Lennep in de jaren 1891-1906. Vervolgens is Ipenrode eigendom geweest van enkele telgen uit het Haarlemse drukkersgeslacht Enschedé. In 1972 kocht een projectontwikkelaar de buitenplaats. Hij wilde in het park 76 service-appartementen laten bouwen. Dit plan ging echter niet door en het buiten raakte in verval. In 1989 zijn het huis en het park voor een nieuwe eigenaar gerestaureerd.

Het hoofdgebouw is centraal gelegen, bereikbaar vanaf de Herenweg via een oprijlaan met een ingangshek aan de noordzijde van het rechthoekige terrein. Aan de voorzijde ligt een weiland, dat in de 19de eeuw bewust is opengelaten. Achter het huis liggen het parkbos met vijvers en een lanenstructuur, de voormalige moestuin en de boomgaard, de dienstwoning en het koetshuis.

Parkaanleg

De parkaanleg bestaat uit het gedeelte voor en het gedeelte achter het huis. Het grootste deel van het terrein voor, dat wil zeggen ten oosten van het huis, is weiland, begrensd door vaarten. Evenwijdig aan de grenssloot in de noordoosthoek van het weiland loopt de oprijlaan, met aan de weg het ingangshek. Deze met beuken beplante laan dateert uit de 18de eeuw. Een aantal beuken is bewust gekapt: op deze wijze zijn zichtassen vanaf het huis ontstaan. Aan het einde van de oprijlaan staat een damhek, dat toegang geeft tot het weiland voor het huis.

De aanleg achter en ter weerszijden van het hoofdgebouw is onder te verdelen in het parkbos en de voormalige moestuin, met de beide dienstwoningen en het koetshuis ten noordwesten van het hoofdgebouw. De structuur van het parkbosgedeelte dateert uit einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw. Rond een langgerekte bochtige vijverpartij is een lanenstelsel aangelegd. De in het bos aanwezige waterlopen en de voormalige bruggetjes (thans door dammen vervangen) maken bijna alle deel uit van deze aanleg. Het terrein was zowel per boot als te voet te bezoeken. Langs de kronkelende paden zijn op regelmatige afstanden van elkaar eiken geplant, kenmerkend voor de vroege landschapsstijl. Op sommige plekken is de regelmaat onderbroken om langs zichtassen uitzicht te bieden op de waterpartij of bijzondere boomgroepen. De vakken binnen de lanenstructuur zijn beplant met onder meer essen en berken. In het bos liggen twee vijvers. Tot de vroeg 19de-eeuwse aanleg behoort de vijver met het eiland. De tweede vijver is later aangelegd.

Ten noordwesten van het hoofdgebouw ligt een nagenoeg vierkant perceel grasland, door sloten begrensd. De loop van de sloten is op verschillende plaatsen onderbroken door dammen; vermoedelijk zijn dit plaatsen waar houten bruggetjes hebben gelegen. Vanaf de 17de eeuw werd dit terrein gebruikt als moestuin en boomgaard, en in de 20ste eeuw ook enige tijd als bloemen- en heestertuin. Een nu verdwenen zeer oude kastanjelaan doorsneed het terrein in noord-zuidrichting.

Voor de beschrijving van het complex, het hoofdgebouw en de bijgebouwen, zie Herenweg 63-69: Ipenrode (complex, hoofdgebouw en bijgebouwen).

Rijksmonument

De verschillende onderdelen van het complex Ipenrode dateren uit verschillende periodes en zijn waardevol als goed bewaard gebleven buitenplaats. Bovendien zijn de onderdelen op zichzelf van cultuurhistorische en architectonische waarde. Dit geldt niet alleen voor het toegangshek (Lodewijk XV), het hoofdgebouw, het koetshuis en de beide dienstwoningen, maar zeker ook voor de oprijlaan en in het bijzonder het parkbosgedeelte. De nog volledig intact zijnde structuur van kronkelende paden, beplant met eiken rond een vijverpartij, is een goed voorbeeld van een in vroege landschapsstijl aangelegd parkbos.

Verder is Ipenrode representatief voor het type Kennemer buitenplaatsen van bescheiden karakter, waarvan er veel zijn verdwenen. Het geheel is daarom van algemeen belang voor de geschiedenis van de tuinkunst. De cultuurhistorische, architectonische en tuinhistorische waarden worden bepaald door de harmonieuze compositie van de verschillende onderdelen, die ieder de kenmerken bezitten van de heersende stijl- en modeopvattingen uit de ontstaansperioden. Voorts worden deze waarden bepaald door het specifieke, bewaard gebleven karakter, dat eigen is aan het nog maar weinig voorkomende type van de bescheiden Kennemer buitenplaats. Tot slot door de bewaard gebleven laat 18de-eeuwse, begin 19de-eeuwse structuur van het parkbos met een lanenstelsel in vroege landschapsstijl en door de nog aanwezige 17de-eeuwse structuur van het weiland en de sloten.

Naar boven