Heemstede, Herenweg 7-11: Huis te Manpad (tuin- en parkaanleg)

Oorspronkelijke functie Park
Huidige functie Park
Bouwjaar Onbekend; rond 1720, 1730, 1741-1742, 1767 rond 1814 (wijzigingen)
Architect Onbekend; Adriaan Speelman (wijziging tuin, 1730, 1741-1742); A. de Haan (?, 1814)
Status Rijksmonument 46742

Huis te Manpad is een buitenplaats van bescheiden omvang. Het complex bestaat uit een hoofdgebouw, voorterrein met enkele gebouwen, een parkaanleg en diverse losse objecten. De volgende objecten zijn als afzonderlijke rijksmonumenten beschreven: het hoofdgebouw, de parkaanleg, het hoofdinrijhek, het koetshuis met dienstwoning, de tuinmanswoning met berging, de bakstenen boogbrug, de ijskelder, de tuinmuur, de oranjerie met dienstwoningen, het zij-inrijhek, de menagerie, de houten brug, de bakstenen muren van de moestuin, de zandstenen beelden, de zandstenen vaas en de gedenknaald.

De oudst bekende vermelding van het Huis te Manpad dateert uit 1558. Pieter Cornelisz. Heuts gaf in 1630 opdracht tot de bouw van het huidige hoofdgebouw. In 1666 kocht Daniel Lestevenon de buitenplaats. Na diens overlijden breidde zijn vrouw Elisabeth Gillon het bezit uit door het naastgelegen ‘cleyne Huys te Manpat’ aan te kopen. In 1675 kocht de Amsterdamse koopman Cornelis van Goor het gehele complex. Hij voegde in 1708 een stuk land en een huis met de naam de Capel aan zijn bezit toe.

Het huis werd rond 1720 ingrijpend verbouwd. Mr. Wigbold Slicher werd toen eigenaar van de buitenplaats. Rond 1730 liet Dirk van der Meer de buitenplaats nogmaals verbouwen en verfraaien. Zijn weduwe, Debora Elias, heeft omstreeks 1741-1742 tuinarchitect Adriaan Speelman opdracht gegeven tot de aanleg van een nieuwe tuin met een grotere parterre. In 1767 verkocht Elias de buitenplaats aan mr. David van Lennep, die het huis opnieuw liet uitbreiden. Een aantal vertrekken werd gedecoreerd met beschilderd behang met arcadische voorstellingen van de hand van de behangschilder Jurriaen Andriessen. Huis te Manpad bleef tot 1953 in handen van de familie Van Lennep. Politicus en classicus Cornelis van Lennep sr., dichter David Jacob van Lennep en schrijver/politicus Jacob van Lennep hebben in het huis gewoond. David Jacob van Lennep plaatste in 1817 het monument De Naald bij de kruising van de Manpadslaan en Herenweg (ter nagedachtenis aan de Slag bij Manpad, die hier in 1304 en 1573 zou hebben plaatsgevonden).

In 1954 kocht Jan Visser, die chef protocol Buitenlandse Zaken en ambassadeur te Stockholm was, Huis te Manpad. Het huis werd in 1978 ondergebracht in de Stichting ‘Huis te Manpad’. Na het overlijden van Visser in 1984 woonde zijn weduwe N. Visser-van Wijk er tot haar dood in 2005. Na een verbouwing is het huis sinds mei 2006 opnieuw particulier bewoond. In de periode 2006-2011 zijn tuin en park gerestaureerd en grotendeels in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

Beschrijving

De parkaanleg van Huis te Manpad is bescheiden van omvang en over het algemeen van zeer besloten karakter. De compositie is voortgekomen uit de weinig ingrijpende omwerking in landschapsstijl van een laatbarokke, enigszins in rococotrant gemoderniseerde aanleg, waarvan het stramien de sterk axiale, nauwelijks van diagonale elementen voorziene parkstructuur heeft bepaald. De aanleg is, met gebruikmaking van een oudere kern om het hoofdgebouw, tussen ongeveer 1720 en 1742 in etappes tot stand gekomen (vanaf circa 1730 naar plannen van Adriaan Speelman). De wijzigingen in rococotrant werden kort na 1767 aangebracht, en die in landschapsstijl omstreeks 1814, vermoedelijk naar ontwerp van A. de Haan.

Het park, waarvan de hoofdas niet geheel loodrecht op de er voorlangs lopende Herenweg staat, vertoont de volgende indeling. Tussen de Herenweg en de op de hoofdas georiënteerde ringsloot ligt een smalle driehoekige strook, die buiten de 18de-eeuwse parkcompositie was gehouden en waarin in 1817 ter nagedachtenis aan de vermeende slagen bij het Manpad uit 1304 en 1573 een gedenknaald is opgericht. Binnen de ringsloot ligt de hoofdas met toegangshek, voorplein en hoofdgebouw. Bij de wijziging in landschappelijke stijl zijn op het terrein rond het hoofdgebouw grote delen van de 18de-eeuwse beplanting in de nieuwe compositie opgenomen. Ten noorden hiervan liggen achter elkaar een pinetum en een uit het einde van de 20ste eeuw daterende tuinaanleg. Daarin zijn enkele overblijfselen van de parkaanleg van omstreeks 1730-1742 opgenomen, waaronder de oranjerie, de menagerie en het vijvertje. Ten zuiden van het voorplein ligt – als inleiding tot het wandelbos – een van de lanen van de 18de-eeuwse aanleg, en ten zuiden daarvan, achter een slangenmuur verborgen, de moestuin. Het overige gebied, dat in 1741 is verbreed met het Agterste Bosch en het grootste deel van het park uitmaakt, wordt ingenomen door een wandelbos dat zich tot de Leidsevaart uitstrekt. Het wordt slechts doorsneden door het vanouds bestaande doorzicht in de as van het hoofdgebouw en de parallel daarmee lopende middensloot. Het bos bevat een stelsel van kronkelende wandelpaden, waarvan sommige als laan zijn beplant; het tracé van deze lanen gaat grotendeels op de 18de-eeuwse aanleg terug.

Voor het hoofdgebouw en voorterrein, zie Herenweg 9: Huis te Manpad (hoofdgebouw en voorterrein).

Voor de losse objecten op het terrein, zie Herenweg 7-9, Huis te Manpad (losse objecten).

Rijksmonument

De buitenplaats Huis te Manpad is van belang vanwege de vooraanstaande plaats die zij inneemt in de geschiedenis van de architectuur, de beeldende kunsten en de tuinkunst in Nederland. Opvallend is de welbewust terughoudende verandering in landschapsstijl van een laatbarokke, 18de-eeuwse aanleg, waarvan onder meer de centrale zichtas en grote onderdelen van het lanenpatroon zijn gehandhaafd. Andere waardevolle kenmerken zijn:

  • een aantal 18de-eeuwse gebouwde objecten en tuinsieraden, die opvallen door hun zeldzaamheid (menagerie, nog functionerende slangenmuur), kunstwaarde (tuinbeelden) of rol in de parkcompositie (bijgebouwen aan het voorplein);
  • de vanouds bestaande, opvallende dichte bebossing, zeldzaam bij een historische buitenplaats;
  • de buitenplaats geeft nog een tamelijk compleet beeld van haar functies in de 18de eeuw;
  • de aanleg in landschapsstijl, die echter overheerst wordt door het eraan ten grondslag liggende formele stramien.

Tot slot draagt Huis te Manpad een sterk individueel karakter dankzij een generaties lang doorgegeven, door uitgesproken opvattingen gekenmerkt beheer.

Naar boven