Heemstede, Herenweg 7-11: Huis te Manpad (complex, hoofdgebouw en voorterrein)

Oorspronkelijke functie Buitenplaats, woonhuis, tuinmanswoning, koetshuis
Huidige functie Park, woonhuizen, bijgebouw (voorm. koetshuis)
Bouwjaar Vóór 1558, 1630 (hoofdgebouw), 1720 (verbouwing)
Architect Onbekend, Adriaan Speelman (wijziging tuin, 1730, 1741-1742)
Status Rijksmonument 46740 (complex), 46741 (hoofdgebouw), 46744 (koetshuis), 46745 (tuinmanswoning), 46743 (inrijhek)

Huis te Manpad is een buitenplaats van bescheiden omvang. Het complex bestaat uit een hoofdgebouw, voorterrein met enkele gebouwen, een parkaanleg en diverse losse objecten. De oudst bekende vermelding van het Huis te Manpad dateert uit 1558. Pieter Cornelisz. Heuts gaf in 1630 opdracht tot de bouw van het huidige hoofdgebouw. In 1666 kocht Daniel Lestevenon de buitenplaats. Na diens overlijden breidde zijn vrouw Elisabeth Gillon het bezit uit door het naastgelegen ‘cleyne Huys te Manpat’ aan te kopen. In 1675 kocht de Amsterdamse koopman Cornelis van Goor het gehele complex. Hij voegde in 1708 een stuk land en een huis met de naam de Capel aan zijn bezit toe.

Het huis werd rond 1720 ingrijpend verbouwd. Mr. Wigbold Slicher werd toen eigenaar van de buitenplaats. Rond 1730 liet Dirk van der Meer de buitenplaats nogmaals verbouwen en verfraaien. Zijn weduwe, Debora Elias, heeft omstreeks 1741-1742 tuinarchitect Adriaan Speelman opdracht gegeven tot de aanleg van een nieuwe tuin met een grotere parterre. In 1767 verkocht Elias de buitenplaats aan mr. David van Lennep, die het huis opnieuw liet uitbreiden. Een aantal vertrekken werd gedecoreerd met beschilderd behang met arcadische voorstellingen van de hand van de behangschilder Jurriaen Andriessen. Huis te Manpad bleef tot 1953 in handen van de familie Van Lennep. Politicus en classicus Cornelis van Lennep sr., dichter David Jacob van Lennep en schrijver/politicus Jacob van Lennep hebben in het huis gewoond. David Jacob van Lennep plaatste in 1817 het monument De Naald bij de kruising van de Manpadslaan en Herenweg (ter nagedachtenis aan de Slag bij Manpad, die hier in 1304 en 1573 zou hebben plaatsgevonden).

In 1954 kocht Jan Visser, die chef protocol Buitenlandse Zaken en ambassadeur te Stockholm was, Huis te Manpad. Het huis werd in 1978 ondergebracht in de Stichting ‘Huis te Manpad’. Na het overlijden van Visser in 1984 woonde zijn weduwe N. Visser-van Wijk er tot haar dood in 2005. Na een verbouwing is het huis sinds mei 2006 opnieuw particulier bewoond. In de periode 2006-2011 zijn tuin en park gerestaureerd en grotendeels in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

Hoofdgebouw

Het hoofdgebouw is een rechthoekig herenhuis onder een schilddak, bekroond door vier hoekschoorstenen, gebouwd in het tweede kwart van de 17de eeuw. Omstreeks 1721 is het opgevijzeld en in- en uitwendig verbouwd. Aan de achterzijde vond in de periode 1767-1770 een uitbreiding plaats. De voorgevel en de vensters zijn gemoderniseerd in het eerste kwart van de 19de eeuw. Het huis is in de jaren 1954-1955 gerestaureerd, waarbij de voorgevel is ontpleisterd. Verder is het terras aan de voorzijde verwijderd en een nieuw terras tegen de zuidgevel aangebracht. De roedenverdeling in empirestijl in de vensters van het oudste deel en de 18de-eeuwse roedenverdeling in de vensters van het gedeelte van 1767-1770 zijn toen hersteld.

De voorgevel telt vijf vensterassen, afgesloten door een lijst met rozetten en voorzien van (op een gevelbepleistering berekende) vensteromlijstingen, een deuromlijsting waarboven de wapens van Van Lennep en Van de Poll en een empire vensterhekje zijn aangebracht. Boven de daklijst bevindt zich een dakkapel met een centrale wijzerplaat, een gebogen fronton en drie bekronende pijnappels. Het souterrain van het 17de-eeuwse gedeelte is in de voor- en zijgevels voorzien van tweelichten, die bij de opvijzeling van het huis in 1721 van de bovenverdieping hierheen zijn overgebracht; in de zijgevels bevinden zich hierboven korfboogvensters met een rand van helrode baksteen. Boven elke zijgevel is een dakkapel aangebracht. De achtergevel telt vijf vensterassen, voorzien van hoeklisenen en een middenrisaliet.

Koetshuis en tuinmanswoning

Deze twee gebouwen staan gespiegeld tegenover elkaar op het voorplein. Vanaf de Herenweg links het koetshuis en rechts de tuinmanswoning. De gebouwen hebben dezelfde stijl en vorm en dateren uit het tweede kwart van de 18de eeuw. Zowel het koetshuis (met dienstwoning) als de tuinmanswoning is een verdiepingloos gebouw op een plattegrond in de vorm van een boogzwik en gedekt door een schilddak met dakkapellen. De gevels worden bekroond door een omlopende lijst en zijn voorzien van hoeklisenen. In de kopgevels bevinden zich inrijdeuren in een door halve vazen bekroonde omlijsting. De naar het voorplein gekeerde concave gevels hebben een middenrisaliet, voorzien van een rondboognis met daarin een zandstenen beeld van de godin Diana (koetshuis) / Apollo (tuinmanswoning).

Voor het risaliet van beide gebouwen bevindt zich een portiek, dat bestaat uit twee zandstenen Toscaanse zuilen op hoge sokkels die een naar voren springend deel van de daklijst dragen. De schuifvensters hebben een vaste middendorpel en een twaalfruits roedenverdeling en dateren evenals de vierruits bovenlichten boven de deur uit het eerste kwart van de 19de eeuw.

Toegangshek

Het hoofdinrijhek (tweede kwart 18de eeuw) heeft vier met natuursteen beklede pijlers, waarvan de twee binnenste versierd zijn met blokwerk en verdiepte panelen, bekroond door vazen met deksels, waarvan de twee binnenste ieder voorzien van vier vrouwenkopjes. Tussen de pijlers bevinden zich smeedijzeren spijlenhekken met gezwenkte bovenzijden, de twee buitenste vast, het binnenste bestaande uit twee draaibare vleugels. Tegen de buitenzijde van elke buitenpijler is een uit- en ingezwenkt dievenhek aangebracht. Het hek is geplaatst op een dam in de ringsloot, die is bekleed met bakstenen, door natuurstenen platen afgedekt. Voor het hek staan aan de buitenzijde twee natuurstenen schamppalen in de vorm van door palmetten bekroonde kanonlopen.

Voor de parkaanleg, zie Herenweg 7-11: Huis te Manpad (parkaanleg).

Voor de losse objecten op het terrein, zie Herenweg 7-11, Huis te Manpad (losse objecten).

Rijksmonument

De buitenplaats Huis te Manpad is van belang vanwege de vooraanstaande plaats die zij inneemt in de geschiedenis van de architectuur, de beeldende kunsten en de tuinkunst in Nederland. Opvallend is de welbewust terughoudende verandering in landschapsstijl van een laatbarokke, 18de-eeuwse aanleg, waarvan onder meer de centrale zichtas en grote onderdelen van het lanenpatroon zijn gehandhaafd. Andere waardevolle kenmerken zijn:

  • een aantal 18de-eeuwse gebouwde objecten en tuinsieraden, die opvallen door hun zeldzaamheid (menagerie, nog functionerende slangenmuur), kunstwaarde (tuinbeelden) of rol in de parkcompositie (bijgebouwen aan het voorplein);
  • de vanouds bestaande, opvallende dichte bebossing, zeldzaam bij een historische buitenplaats;
  • de buitenplaats geeft nog een tamelijk compleet beeld van haar functies in de 18de eeuw;
  • de aanleg in landschapsstijl, die echter overheerst wordt door het eraan ten grondslag liggende formele stramien.

Tot slot draagt Huis te Manpad een sterk individueel karakter dankzij een generaties lang doorgegeven, door uitgesproken opvattingen gekenmerkt beheer.

Naar boven