Heemstede, Glipperweg 9: complex Gliphoeve

Oorspronkelijke functie Buitenplaats
Huidige functie Woning
Bouwjaar Vanaf circa 1625
Architect Onbekend
Status Rijksmonument complex 527417, huis 527418, park en tuin 527419

Het complex van de historische buitenplaats de Gliphoeve ligt ten zuidwesten van de kern van Heemstede. Het wordt in het oosten begrensd door de Glipperweg en grenst in het zuiden en westen aan buurpercelen. In het noorden wordt de grens gevormd door de Prinsenlaan.

In de omgeving van de huidige Gliphoeve ontstond vanaf de 17de eeuw een kleine buurschap, te midden van een aantal blekerijen. Aanvankelijk heette deze nederzetting Prinsenbuurt of Prinsenzandvaart, maar in de 18de eeuw ontstond de naam De Glip. De Gliphoeve als buitenplaats komt voort uit één van deze blekerijen. Het oudste deel van het huis dateert uit circa 1625. Bij dit huis stond tevens een logiesgebouw, dat inmiddels is verdwenen. Omstreeks 1725 vond er een uitbreiding plaats met de bouw van een bergplaats en een looghuis. Vermoedelijk is de tuinbel op het dak van de Gliphoeve bij deze gelegenheid aangebracht. In die tijd stond de lijnwaadblekerij bekend onder de naam ‘Bleeklust’.

In 1811 ging de onderneming failliet. Katharina Vleck, weduwe van Louis Gunst, verkocht het complex daarna aan de Amsterdamse koopman Carel Hendrik Asschen. Deze stichtte op de voormalige blekerij een buitenplaats en noemde deze ‘Bleekrust’. Het hoofdgebouw werd onder Asschen verbouwd tot woonhuis en een deel van de grond kreeg een landschappelijke aanleg. Meestal wordt J.D. Zocher sr. als ontwerper genoemd. Verschillende elementen van deze aanleg zijn nog terug te vinden. De grote sleutelvormige vijver achter het huis is echter verdwenen. Een van de bleekvelden is nog aanwezig als een groot open grasland.

Na het overlijden van Aschen kocht de Heemsteedse timmerman en speculant Gerrit Munk jr. (1764-1829) de buitenplaats in 1820. Munk verkocht Bleekrust twee jaar later alweer door aan de Haarlemse notaris Johannes Petrus Kuenen (1757-1831). Rond die tijd werd voor het eerst de naam ‘Gliphoeve’ gebruikt. De buitenplaats kwam in 1832 in handen van de Amsterdamse apotheker Petrus Jacobus Nicols (1784-1840) en tussen 1840 en 1847 woonde de Reveilschrijver en historicus Hendrik Jacobus Koenen (1809-1874) op de Gliphoeve. Deze verkocht zijn bezit in 1847 aan mr. Samuel Constant Snellen van Snellenhoven (1816-1873), een bekend entomoloog. In 1854 werd Judocus Henricus Josephus Sterneberg (1800-1867) eigenaar. Hij was in 1820 vanuit zijn geboorteplaats Münster naar Holland geëmigreerd en woonde in Amsterdam. In de tweede helft van de 19de eeuw deed de Gliphoeve enige tijd dienst als meisjespensionaat en wisselde daarna nog regelmatig van eigenaar. Zo was het tussen 1901 en 1919 in handen van dominee Herman François Waller (1831-1919), die predikant was in Loenen op de Veluwe en redacteur van de Oprechte Haarlemmer Courant.

In 1820 verkocht De Munk een groot deel van de grond aan de eigenaar van De Hartekamp, die dit land bij zijn overtuin voegde. Op 29 december 1950 kwam de Gliphoeve in handen van de familie Oldewelt-van Leeuwen. Het bleekveld is nog van het overige bezit afgescheiden. In de jaren zestig van de 20ste eeuw is hier aan de noordwestzijde een schoolgebouw ten behoeve van de De la Salle Pedagogische Academie gebouwd. Inmiddels is dit weer gesloopt. In 2009-2010 zijn langs de rand van het bleekveld appartementen verrezen.

Als buitenplaats genoot de Gliphoeve tot in de19de eeuw een zeker aanzien. Er waren behalve het huis onder meer ook een tuinmanswoning, een stal- en koetshuis, een koepel, een oranjerie, een Chinese tent, een rondgemetselde belvedère en een menagerie. Van dit alles is behalve het hoofdhuis niets bewaard gebleven. Door de opeenvolgende verkopen van het huis verkleinde het grondgebied geleidelijk en zo verdween ook de vijver. Zowel het huis als de historische park en tuinaanleg zijn een rijksmonument.

Bouwkundige beschrijving huis

Het oudste deel van het landhuis is de voorste beuk, die van circa 1625 dateert en rond 1825 van een verdieping is voorzien. Dit gedeelte heeft een met pannen gedekt schilddak. Op de nok hangt in een decoratieve ijzeren constructie een luidklokje. Achter de voorste beuk is omstreeks 1725 een tweede beuk gebouwd, die onder ander de kelder en de opkamer bevat. Terugspringend aan de rechterzijde staat een bouwdeel van één bouwlaag met een kap tussen topgevels.

De voorgevel van het huis heeft een symmetrische opzet, met de entree in het midden. Een kroonlijst sluit de bovenzijde af. Voordeur en bovenlicht zijn voorzien van snijwerk en beide zijn gevat in een omlijsting met pilasters en een hoofdgestel. Alle gevels van de voorste beuk zijn gepleisterd en voorzien van een blokkenpatroon. De rechter zijgevel heeft op de begane grond openslaande tuindeuren. Het rechterdeel van de gevel wordt in beslag genomen door een wc-uitbouw. De zijgevel van de achterste beuk wordt door het aangebouwde deel geheel aan het zicht onttrokken. De linkerzijgevel vertoont een regelmatige, maar nagenoeg blinde opzet met twee topgevels.

Het in 1825 ontstane symmetrische beeld van de voorzijde verbergt het meer onregelmatige, gegroeide patroon van het huis, dat zich aan de achterzijde manifesteert in een schilderachtig geheel van aanbouwen en dakpartijen. Ook in het interieur is op de begane grond nog goed te zien dat het geheel in verschillende fasen tot stand is gekomen. De middengang buigt naar rechts af en geeft toegang tot de vertrekken, waaronder de kelder met opkamer, de keuken en een soort tuinkamer rechts voor.

Parkaanleg

De parkaanleg van de Gliphoeve bestaat uit een drietal deelgebieden: het bleekveld ten zuiden van het huis, de aanleg in de directe omgeving van het huis en het wandelbos ten noordwesten ervan. Het bleekveld gaat terug op de 17de-eeuwse situatie, de aanleg rondom het huis is een restant van de vroeg 19de-eeuwse landschappelijke aanleg en het wandelbos dateert uit de tijd dat dit deel van de Gliphoeve was verkocht aan Mattheus Brandts, eigenaar van De Hartekamp, die het bij zijn overtuin voegde.

De aanleg in de directe omgeving van het huis is landschappelijk van karakter en naar wordt aangenomen aangelegd door J.D. Zocher sr., al is dit niet bevestigd. Kenmerkend is de licht gekromde oprijlaan, die uitkomt op een kleine open ruimte voor het huis. De laan en de ruimte voor het hoofdgebouw worden omzoomd door oude lindebomen. Links naast de laan ligt een smalle strook grond met kleine heuveltjes, waarop solitaire bomen staan. De beek daarnaast is mogelijk een oudere waterloop, die tot de huidige slingerende vorm is vergraven. Rechts naast de oprijlaan ligt eerst een bebost terrein en daarachter een open grasland. Een tweede, met linden beplante laan bevindt zich achter het huis. Rechts achter het huis ligt, nog op de oorspronkelijke plaats, de moestuin. Het terrein met het parkbos is een geaccidenteerd landschap met een gemengde boombeplanting en slingerende paden. In het oostelijke deel is een vrij forse, min of meer ronde vijver aangelegd met een rond eilandje in het midden. De vijver mondt uit in de slingerende beek. Langs de Prinsenlaan loopt een smalle sloot. In de zuidwesthoek ligt het verhoogde Hoge Duin, dat uitzicht biedt over het bleekveld. Het voormalige bleekveld is een door bomen omzoomd, rechthoekig grasland.

Rijksmonument

Het complex Gliphoeve is van belang vanwege zijn plaats in de reeks van buitenplaatsen in Zuid-Kennemerland, de herkenbare elementen van de voormalige, in dit gebied eens talrijke, maar thans vrijwel geheel verdwenen wasserijen/blekerijen, de beeldbepalende ligging van het hoofdhuis, de tuinhistorische waarden in de vorm van (restanten van) een landschappelijke aanleg, mogelijk van J.D. Zocher sr., en de op het terrein aanwezige archeologische waarden.

Het hoofdhuis van de Gliphoeve is van algemeen belang vanwege de oorsprong als 17de-eeuws woon-werkgebouw van de blekerij, vanwege de architectuurhistorische waarden en vanwege de beeldbepalende ligging.

Naar boven