Heemstede, Glipperdreef 199: Mariënheuvel / Meer en Berg (hoofdgebouw)

Oorspronkelijke functie Landhuis buitenplaats
Huidige functie Klooster
Bouwjaar 1907-1909
Architect Foeke Kuipers (1907-1909), B.J.J.M. Stevens (verbouwing en uitbreiding, 1949)
Status Rijksmonument 522624

Voor de beschrijving van het complex, het hoofdgebouw en de ingangspartij, zie

Meer en Berg/Mariënheuvel ligt ten zuiden van de buitenplaats Groenendaal/Bosbeek. Het complex is gelegen tussen de Herenweg (west) en de Glipperdreef (oost). De noordgrens wordt bepaald door de kadastrale perceelgrens tussen het voormalige Groenendaal en het voormalige Meer en Berg. De sterk verspringende zuidgrens wordt bepaald door de kadastrale grens met eigendommen van derden. De oorspronkelijke oriëntatie was op de Glipperdreef, toen nog ‘Heemsteder Binnenwegh’ geheten.

De geschiedenis van Meer en Berg gaat terug tot in de eerste helft van de 17de eeuw. In 1640 was Cornelisz Gijsbertszn. van Goor eigenaar van de toen nog naamloze hofstede. Hij bezat tevens diverse blekerijen. In 1674 schonk Van Goor zijn hofstede als huwelijksgoed aan zijn dochter Maria. Zij was getrouwd met Nikolaas Nicolai, secretaris van de stad Haarlem. Het echtpaar verkocht de hofstede op 1 april 1681 aan de in Amsterdam woonachtige broers Jacob en Louis Trip. Op 5 maart 1684 verkocht Louis Trip zijn helft van de buitenplaats aan Jacob. Via vererving kwam de hofstede in bezit van hun boer Mathias. Hij noemde de buitenplaats ‘Meer en Berg’. Na zijn overlijden verkochten de voogden van zijn nog minderjarige kinderen het goed aan de Amsterdamse koopman David de Neufville (1654-1729). Vervolgens kwam het via Katharina de Neufville in handen van haar echtgenoot Dirk van Lennep.

Van Lennep gaf Daniel Marot opdracht voor het ontwerpen van de tuinen direct achter het huis. Dit ontwerp is bekend van een ongedateerde tekening. Deze moet even voor 1730 zijn vervaardigd, want in dat jaar vroeg en verkreeg Van Lennep toestemming tot onder andere het leggen van een waterleiding naar het Haarlemmermeer om daarmee zijn fonteinen van het nodige water te voorzien. Het pomphuis dat hiervoor de benodigde druk leverde, is als ruïne bewaard gebleven. Eveneens van Marots hand is het ontwerp voor het nog bestaande inrijhek en het aansluitende muurwerk met het dienstgebouw. Verder was hij de ontwerper van de oranjerie.

In 1730 kocht Van Lennep de zuidelijker gelegen buitenplaats Leeuwenberg van Nikolaas van Strijen (1700-1757), die secretaris van Amsterdam was. Beide buitenplaatsen werden samengevoegd onder de naam ‘Meer en Berg’. Op 27 december 1732 verkochten de kinderen van Dirk van Lennep dit goed aan Petronella de Neufville (1688-1749), weduwe van Jacob Arnoudsz. van Lennep (1686-1725). De buitenplaats bleef daarna lange tijd in bezit van hun nakomelingen. In 1794 maakte J.D. Zocher sr. voor de tuin aan de zijde van de Glipperdreef drie ontwerpen in landschappelijke stijl, waarvan er één is uitgevoerd. Enkele onderdelen van Marots ontwerp bleven gehandhaafd.

Het 17de-eeuwse huis Meer en Berg is op de tekening van Marot goed zichtbaar. Het lag niet in de as van het ontwerp. Eigenaar jonkheer H.J. Deutz van Lennep gaf in 1907 opdracht voor de bouw van een nieuw Meer en Berg, dat verder naar het noordwesten, meer in het midden van het terrein een plaats kreeg. Het werd ontworpen door Foeke Kuipers in de stijl van de Franse barokkastelen. L.A. Springer maakte een ontwerp voor de omringende tuin, die in grote lijnen nog aanwezig is. Het oude huis is in 1910 grotendeels gesloopt, behalve een deel dat als zelfstandige woning is blijven bestaan en later is omgedoopt in ‘Meerzicht’.

Op 26 april 1946 werd het nieuwe landhuis met de omringende tuin gekocht door de Zusters Augustinessen. Het kreeg de bestemming van klooster/rusthuis. Ten behoeve van deze functie zijn er bijgebouwen in de tuin verrezen. De naam van het huis en de buitenplaats werd veranderd in ‘Mariënheuvel’, omdat ‘Meer en Berg’ niet meer geschikt werd gevonden, vanwege het gelijknamige gesticht in Bloemendaal.

In 1948 besloot de gemeente Heemstede de rest van Meer en Berg te kopen. Op het land tussen de ringvaart en de Glipperdreef werden woningen gebouwd. Het grootste deel van het grondgebied werd echter bij het wandelpark Groenendaal gevoegd. De oranjerie werd in 1953 afgebroken. Alleen een toegangshek, het 18de-eeuwse koetshuis, de voormalige dienstwoning, de koepel, de ruïne van het pomphuis voor de fonteinen en een restant van het 17de-eeuwse hoofdhuis zijn bewaard gebleven.

Bouwkundige beschrijving

Het in 1907-1909 gebouwde huis, dat qua bouwstijl teruggaat op de 17- en 18-eeuwse Franse kastelen, telde oorspronkelijk 36 kamers. In de periode 1946-1949 zijn ten behoeve van de kloosterfunctie ter weerszijden van het gebouw nieuwe vleugels toegevoegd. Bij deze verbouwing werd ook het interieur van het voormalige landhuis ingrijpend gewijzigd. De architect van de verbouwing en uitbreiding tot kloostercomplex was B.J.J.M. Stevens, terwijl A.P. Smits verantwoordelijk was voor de tuinaanleg.

Het oorspronkelijke buitenhuis is gebouwd op een vlinderplattegrond en bestaat uit een souterrain, bel-etage, verdieping en kapverdieping. De gebogen mansardekap is bekleed met grijze leien in maasdekking. Het pand bestaat uit een smal middengedeelte en twee enigszins haaks hierop staande rechthoekige zijvleugels, die naar het noorden zijn gericht. Het smalle middengedeelte van het huis, waar zich de entree en de hal bevinden, wordt op het dak bekroond door een balustrade met natuurstenen dakruiter met uurwerk en een koepeltje met een koperen dak. De noklijn van het dak wordt bekroond door een crête of vorstkam van gietijzer. In de kap bevinden zich verscheidene oorspronkelijke dakkapellen met houten wangen. Op de nok van het dak bevinden zich vier bakstenen rookkanalen met afdakjes. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen. Boven langs de gevels loopt rondom een brede, deels natuurstenen kroonlijst, die crèmekleurig geverfd is. De bakstenen gevels zijn boven de kroonlijst nog circa een halve meter doorgetrokken. Tussen het souterrain en de bel-etage bevindt zich omlopend een natuurstenen cordonlijst, terwijl ter hoogte van het souterrain omlopend een band van pleisterwerk loopt. De gevels zijn voorzien van vleugelramen en persiennes. Op verschillende plaatsen zijn guirlandes in pleisterwerk aangebracht.

De noordzijde van het pand bezit in het smalle middengedeelte de entree, bestaande uit een driezijdige natuurstenen uitbouw met ter hoogte van de verdieping een balkon met natuurstenen balustrade. De uitgebouwde entree is bereikbaar via een natuurstenen trap en is bewerkt met klassieke detailleringen als pilasters en een hoofdgestel. De twee vleugels omsluiten aan de noordzijde het plein voor de ingang. Ook aan de zuidzijde, tegenover de entree, zit een uitbouw, die uitkomt op een terras.

Het interieur van het pand is tijdens de verbouwing van 1946-1949 deels gewijzigd. Op de bel-etage resteren echter nog de karakteristieke hal met zuilen, het rijk bewerkte houten trappenhuis en de voormalige herenkamer met oorspronkelijke betimmeringen, schouw en stucwerkplafonds.

Rijksmonument

Het landhuis Meer en Berg, tegenwoordig Mariënheuvel geheten, is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische- en cultuurhistorische waarde als landhuis in de reeks van Heemsteedse buitenplaatsen, en gaat in bouwstijl terug op de zeventiende- en achttiende-eeuwse Franse kastelenbouw. Tevens is het object een belangrijk voorbeeld van het oeuvre van de architect Foeke Kuipers.

Naar boven