Heemstede, Glipperdreef 197: Mariënheuvel (ingangspartij met inrijhek, dienstwoning, portiershuisje, koetshuis en koepel)

Oorspronkelijke functie Ingangspartij buitenplaats
Huidige functie Ingang, woningen
Bouwjaar Circa 1730, koetshuis tweede helft 18de eeuw
Architect D. Marot (inrijhek, dienstwoning, portiershuisje)
Status Rijksmonument 522626 (inrijhek), 522627 (dienstwoning), 522628 (portiershuisje), 522629 (koetshuis), 522630 (koepel)

Voor de beschrijving van het complex, het hoofdgebouw en de ingangspartij, zie

Beschrijving

Het omstreeks 1730 door D. Marot ontworpen inrijhek heeft twee wijd uit elkaar staande hekstijlen. De stijlen zijn bekleed met natuursteen in een blokkenpatroon met ingezwenkte hoeken. Onder de bekroning bevindt zich het wapenschild van De Neufville. De bekroning bestaat uit een gedrukte pompoenvorm met een rand van acanthusblad. Binnen de hekpijlers staat het gedecoreerde smeedijzeren hek, dat aan beide zijden een vast deel en een draaiend deel omvat. Aan de buitenzijde staan twee kanonslopen bij wijze van schamppalen voor het hek. Het hek is gerestaureerd. Aansluitend aan het hek is een tuinmuur gemetseld, bestaande uit muurdammen waartussen gemetselde velden zijn aangebracht, afgesloten met een tandlijst en daarboven een natuurstenen lijst. Deze opzet is conform die uit de 18de eeuw, maar delen van de muur zijn vernieuwd dan wel geheel nieuw, zoals ter plaatse van het afgebroken huis Meer en Berg. Meest oorspronkelijk is het zuidelijke deel, in combinatie met het kleine portiershuisje en het vierkante dienstgebouw.

De dienstwoning is in één opzet met het portiershuisje gebouwd. Het is een vierkant gebouw van drie traveeën breed en van anderhalve bouwlaag, dus met een lage verdieping. Geblokte lisenen accentueren de hoeken en een kroonlijst sluit de gevels aan de bovenzijde af. Het schilddak is met pannen gedekt. De voorgevel heeft beneden in het midden een kruiskozijn, blinde nissen ernaast en op de verdieping een hijsluik. De zuidgevel is ten behoeve van de nieuwe woonfunctie opengebroken en in het vierde kwart van de 20ste eeuw opnieuw vormgegeven.

Het portiershuisje bestaat uit één bouwlaag met een plat dak en is geheel tegen de tuinmuur gebouwd, aan de binnenzijde in een kwartronde vorm. Het metselwerk met klezoren (kwartstenen) loopt in één geheel door met de dienstwoning. Het venster en de dichtgemetselde deur aan de binnenzijde zijn oorspronkelijk. Het venster in de tuinmuur is later doorgebroken.

Even ten zuiden van de eigenlijke ingangspartij staat het voormalige koetshuis uit de tweede helft van de 18de eeuw. Dit is een fors rechthoekig gebouw van anderhalve bouwlaag, dus met een lage verdieping. Op de begane grond bevinden zich naast enkele vensters ook de inrijdeuren, die in het vierde kwart van de 20ste eeuw van een nieuwe invulling zijn voorzien. De vensters van de verdieping zijn nog in oorspronkelijke vorm.

Eveneens vlak bij de eigenlijke ingangspartij staat een restant van een grote koepel of koepelkamer uit de eerste helft van de 18de eeuw. Hij bestaat uit de drie uitgebouwde zijden van een hoger gelegen begane grond boven een kelderverdieping. Het metselwerk is uitgevoerd met geblokte hoeklisenen en wordt aan de bovenzijde afgesloten door een kroonlijst, waarboven een gemetselde attiek met spaarvelden is aangebracht. Boven het rechte muurvlak is de kroonlijst in getoogde vorm uitgevoerd. Aan alle drie de zijden zijn de vensters dichtgemetseld. Boven het venster in het rechte muurvlak is een fors kuifstuk in natuursteen aangebracht. Dit geheel is aangevuld met toevoegingen uit het vierde kwart van de 20ste eeuw. Het aansluitende muurwerk ter weerszijden van de koepel verbindt de dienstwoning en het koetshuis met elkaar. Hierin zijn cirkelvormige spaarvelden aangebracht.

Rijksmonument

Het inrijhek met tuinmuur, de dienstwoning en het portiershuisje zijn van belang vanwege hun plaats in het oeuvre van D. Marot. De ingangspartij als geheel, inclusief koetshuis en koepel, is van belang vanwege de gaaf bewaarde monumentale opzet en als ensemble en in relatie tot de rest van de buitenplaats.

Naar boven