Heemstede, Glipperbrug en tramhuisje (Glipperweg)

Oorspronkelijke functie Brug en tramhuisje
Huidige functie Brug en opslagruimte
Bouwjaar 1933
Architect Dienst Openbare Werken Heemstede
Status Provinciaal monument

De Glipperbrug ligt over de Glipperzandvaart in het buurtschap De Glip. Dit buurtschap is het zuidelijke deel van Heemstede en heette vroeger Princebuurt. Het behoorde oorspronkelijk tot Bennebroek, maar is in 1653 bij Heemstede gevoegd. Een afbeelding uit het Kaartboek van Rhijnland toont dat er op deze plek al in de 17de eeuw een brug over de Glipperzandvaart lag. Dergelijke vaarten zijn in de 17de eeuw gegraven ten behoeve van het blekersbedrijf en om het zand van afgegraven duinen naar elders te kunnen vervoeren. De Glipperzandvaart loopt vanaf de westelijke grens van Mariënheuvel (vroeger deel uitmakend van Meer en Berg) langs de Kadijk en mondt uit in het Spaarne.

De Glipperbrug is in 1933 gebouwd door de Dienst Openbare Werken Heemstede, naar alle waarschijnlijkheid in samenwerking met een beeldhouwer (Mari Andriessen, Theo van Reijn of H.A. van den Eijnde).

Mari Andriessen (1897-1979) ontwierp een groot aantal oorlogsmonumenten, waaronder ‘De Dokwerker’ in Amsterdam en ‘Man voor het vuurpeloton’ aan de Dreef in Haarlem en was in Heemstede waarschijnlijk betrokken bij de bouw van de Crayenesterbrug. Theo van Reijn (1884-1954) was een in Haarlem woonachtige en werkzame beeldhouwer, bekend van onder meer de sculpturen aan de Jansbrug in Haarlem. De in Heemstede woonachtige beeldhouwer H.A. van den Eijnde (1869-1939) was betrokken bij de bouw van de Bronsteebrug en de Marisbrug in Heemstede.

Tegelijk met de brug werd het tramhuisje op de hoek van de Glipperweg en de Prinsenlaan gebouwd. Over de Glipperweg reed sinds 1881 de stoomtram tussen Haarlem en Leiden. Hoewel een gedeelte van deze verbinding al in 1917 werd geëlektrificeerd, duurde het tot 1932 voordat op het traject vanaf Heemstede-Zuid (het wandelbos Groenendaal) naar Oegstgeest de stoomtram door een elektrische tram werd vervangen. Gelijktijdig met deze wijziging werd de nieuwe brug over de Glippervaart ontworpen.

Bouwkundige beschrijving

De Glipperbrug is een vaste liggerbrug. Het brugdek is geconstrueerd met behulp van stalen I-profielen, stampbeton, gewapend beton, afgedekt met asfalt voor het wegdek en met stoeptegels op een laag zand voor de trottoirs ter weerszijden daarvan.

De landhoofden hebben een fundering van beton en zijn opgetrokken uit paarsrode baksteen in staand verband, op de hoeken afgerond en bekleed met granieten blokken. Loodrecht op de zijwanden van de landhoofden zijn kademuren gemetseld, die eveneens onder de bescherming vallen. De zijwanden van de landhoofden zijn naar boven doorgetrokken in de vorm van een borstwering, afgedekt met een granieten plaat waarin bij de borstwering aan de zuidoostzijde een reeks merletten is uitgespaard (een merlet is een heraldisch wapendier, een eend zonder snavel en poten. In het wapen van Heemstede staan merletten). Aan de zuidwestzijde staat de naam GLIPPERBRUG, aan de noordoostzijde ANNO 1933.

De borstweringen zijn langs de zijkanten van de brug met elkaar verbonden door een granieten lijst waarop een smeedijzeren hek is aangebracht met detaillering in de stijl van de Amsterdamse School.

In de bocht tussen de Prinsenlaan en de brug gaat de borstwering over in een tramwacht/transformatorhuisje??. Het huisje is gebouwd op een trapeziumvormige plattegrond met licht gebogen voorgevel (zuid). Het is opgetrokken uit paarsrode baksteen in staand verband en bestaat uit een bouwlaag onder een tentdak, bedekt met rode keramische leien. Het huisje is nu in gebruik bij de gemeente als opslagplaats.

Provinciaal monument

De Glipperbrug is van architectuurhistorische betekenis als representatief en goed bewaard gebleven voorbeeld van een brug in de stijl van de Amsterdamse School, gezien de combinatie baksteen, natuursteen, smeedijzeren hekken en de typografie.

Het tramwacht/transformatorhuisje is van architectuurhistorische betekenis als zeldzaam geworden voorbeeld van tramwegarchitectuur, alsmede vanwege de gave hoofdvorm en detaillering.

De brug en het tramwacht/transformatorhuisje zijn van cultuurhistorische betekenis als voorbeeld van infrastructuur, in het bijzonder van de bruggenbouw c.q. de tramwegen in Noord-Holland.

Het tramhuisje is bovendien een van de laatste tastbare overblijfselen van de tramlijn die indertijd door Heemstede liep.

Naar boven