Heemstede, Casper Fagellaan 8 en 10: voormalig koetshuis en oranjerie Bosch en Hoven

Oorspronkelijke functie Koetshuis en oranjerie
Huidige functie Woningen
Bouwjaar Tweede helft 18de eeuw
Architect Onbekend
Status Rijksmonument 21084

De buitenplaats Bosch en Hoven lag tot 1933 op een langgerekt terrein tussen de huidige Johan van Oldenbarneveldtlaan, de Crayenestersingel, de Adriaan Pauwlaan en de Herenweg. De entree had het adres Herenweg 98 en later 126. Het terrein was oorspronkelijk eigendom van het Haarlemse Elisabeths Gasthuis en was вАШeen hofstede met huysinge en boomgaardвАЩ. Waarschijnlijk dateerde het huis uit het eerste kwart van de 18de eeuw, maar Bosch en Hoven wordt pas in een akte van 6 november 1793 genoemd. Toen werd Willem Willink eigenaar van het buiten, waar tevens een overplaats bij hoorde, die tot aan de Leidsevaart doorliep. Het grondbezit werd een paar maal naar het noorden en zuiden uitgebreid.

Het huis was omgeven door een park- en tuinaanleg. Begin 19de eeuw heeft J.D. Zocher sr. aan de tuinaanleg gewerkt. Voor het huis bevond zich een grote broderieparterre, waardoorheen de toegang vanaf de Herenweg liep. De entree van het terrein was een monumentaal inrijhek, dat was opgenomen in de tuinmuur langs de weg. Aan de Herenweg stond aan het eind van de muur een imposante tuinkoepel, ongeveer ter plekke van de hoek met de huidige Johan de Wittlaan. In 1927 is deze koepel verplaatst naar de hoek van de Zwarteweg en de Mr. Enschedéweg in Aerdenhout.

De laatste particuliere bewoner van Bosch en Hoven was tot omstreeks 1920 de familie Onserwater. Daarna was er enkele jaren een horecabedrijf gevestigd. Vervolgens raakte het huis in verval en brandde in 1933 af. Nog lang waren de fundamenten te zien, op de plaats waar nu de tuinen liggen van de huizen aan de oneven kant van de Johan de Wittlaan.

Het vroeger prachtig aangelegde park met waterpartijen was intussen verkaveld ten behoeve van woningbouw aan de Johan de Wittlaan en Caspar Fagellaan. Het terrein werd op 7 december 1921 geveild door notaris C.J. Boelage uit Heemstede. De nog bestaande panden, het voormalige koetshuis (huisnummer 8) en de voormalige oranjerie (huisnummer 10), werden gekocht door Albertus M.J. van Huijstee, tabakshandelaar te Amsterdam. Bij de koop was een ook nu nog aanwezige, op het zuiden gerichte druivenschutting inbegrepen. De verbouwing van de panden tot woningen werd geleidelijk uitgevoerd, al naar gelang de gezinsuitbreiding zich voltrok.

Bouwkundige beschrijving

Vanaf de straat gezien staat het koetshuis (nr. 8) vooraan, de voormalige oranjerie (nr. 10) ligt verder naar achteren en meer verscholen. De beide gebouwen tellen één, in baksteen opgetrokken bouwlaag en een zolder onder een met pannen gedekt schilddak, voorzien van hoekschoorstenen. De oranjerie is nog herkenbaar aan de lager doorlopende ramen, bedoeld om meer licht toe te laten voor de kuipplanten en de palmen die er in het winterseizoen werden ondergebracht. De hooizolder van het koetshuis is nog te herkennen aan de grote vensterpartij, ooit bedoeld om het hooi gemakkelijk naar de zolder te kunnen doorvoeren. Beide gebouwen hebben een middenrisaliet met geblokte lisenen en geblokte lisenen op de hoeken. Het metselwerk hiervan is gelijk aan dat van de pijlers van het toegangshek. Terwijl bij nummer 8 boven de ingang een rondboogvenster in een gebogen topgevel is aangebracht, heeft nummer 10 daar een rond raampje.

Rijksmonument

De beide panden zijn van belang als 18de-eeuwse restanten van de voormalige buitenplaats Bosch en Hoven.

Naar boven